Twee ijsweekends

Play episode

De afgelopen maanden was het park kalm. De meest bruisende activiteit was het passeren van een schoolklasje peuters, in gele regencapes gehuld, die onder begeleiding van de juf van de basisschool naar het sportveld kwetterden. Verder vooral winter. Grijze regengordijnen wisselden af met loden luchten. Pimpelmezen in de wilg vlogen af en aan naar de voederhuisjes, die door sommige bewoners trouw bijgevuld werden met zaden en pitten. 

Luister hier naar de blog.


Park Mariënburg ontwaakt. De stad ontwaakt. Achttien graden! Ik tel al drie picknickkleedjes, een fitnessmeneer die op een trainingsmat zijn coronakilo’s kwijt probeert te raken en een ouderpaar op rollerblades, die hun zoontje van 5 vooruit helpen met zijn eerste schuchtere schreden op wielen. Zijn heldere stemmetje doet verslag van zijn innerlijke roerselen, alsof hij regioverslaggever Paul Post achterna wil.
‘Het was wel een moeilijke straat’ roept hij naar zijn vader, ‘maar ik ben niet gevallen! Nou ja, een keertje bijna, maar ik was niet bang!’

Hij laat zich met hoorbare opluchting zakken op de andere punt van mijn zitbankje, netjes op anderhalve meter gezonde afstand. 

Mijn warme kartonnen beker geurt. Geen koffie deze keer, maar een heerlijke bisque, een kreeftensoep met een beetje boter. Verderop in de Uilenburg werd die beker me voor maar vijf euro door de sterrenkok van De Veste door het opengeschoven raam aangereikt. Een laag raam, dus hij moest op zijn hurken om me aan te kunnen kijken. Met een brede glimlach geniet hij van eindelijk weer klandizie en aanspraak, wordt gegroet door passerende Bosschenaren. Zilt, vissig en romig. Een negeneneenhalf.

De rolschaatskampioen kijkt naar me en vraagt: ‘Lekkere koffie?’. Ik knik. Ik wil zijn wereld niet verstoren met ingewikkelde verhalen over koken. 
‘Ik zag je schaatsen”,  zeg ik, ‘volgens mij word jij een kampioen!’
Hij glundert.
’Ja, ik kan het al een jaar!, roept hij, ‘of eigenlijk is dit de tweede keer, want vorig jaar heb ik het ook al één keer gedaan’.
Zijn moeder landt ook aan bij de bankpunt. Haar dunne zomerjurk onderstreept het schrille contrast met vorige week, vijfendertig graden temperatuurverschil. Ze kijkt naar mijn schoenen en zegt: ’ben jij een hardloper? Ik heb ook Brooks’. Haar blik dwaalt naar mijn kale hoofd met grijze stoppeltjes, alsof ze toch even een leeftijdscheck wil doen. ‘Ja,’ zeg ik, ‘de ene dag drie kilometer, de andere driehonderd meter, gewoon om de spieren soepel te houden’. Ze knikt.

Achter haar op het gras laat de fitnessmeneer zich met een zucht op zijn rug zakken en ligt stil, kijkt naar de vogels in de blauwe hemel. Twee bankjes verderop zitten drie meiden druk te discussiëren over Maikel en Danny, welke van de twee het hotste is. De kampioen is alweer een half park verder. Ik sta op, groet de vrouw en loop naar mijn voordeur.

Join the discussion

More from this show

Marc Graetz